De wonderen : roman
De wonderen : roman
Details
406 p.
Besprekingen
De Standaard
“Waanzin is een versleten jurk, nu kleed ik me enkel nog met woede.” Aan het woord is Amandine Letiège, een telg uit een Antwerpse bankiersfamilie, die zich samen met haar zieltogende tweelingbroer Ambrose teruggetrokken heeft in een huisje aan de rand van de stad, “in het besef dat hij niemand meer heeft en ik evenmin”. Net als Jeroen Olyslaegers' eerdere vertellers Beer (Wildevrouw) en Wilfried (Wil) , blikt Amandine terug op het gebeurde. Schrijven is voor haar de ultieme daad van verzet.
Het gebeurde, dat speelt zich ditmaal af in de belle époque. Die eindigt met de Eerste Wereldoorlog, wanneer Amandine haar leven van zich af begint te schrijven en Ambrose op zijn sterfbed ligt. Met De wonderen schreef Olyslaegers dus opnieuw een historische roman. Onverzadigbaar trekt hij de catacomben van de Antwerpse geschiedenis in, op zoek naar tijdloze inzichten.
De wonderen is een veelzijdige, maar wat overdadige roman geworden. Optimisme, technologische vooruitgang en sociale veranderingen kleurden de belle époque. Het kolonialisme vierde hoogtij met een op uitbuiting gebaseerde economische groei. Vrouwen vonden via het occultisme een alternatief pad naar erkenning. Olyslaegers exploiteert het allemaal iets te gulzig, met Amandine en haar tante Bella in de hoofdrol als naar vrijheid strevende, maar door de heersende zeden gefnuikte vrouwen.
Recht op een druiper
Bella bezorgt Amandine een zinnelijke ervaring: “Ik beeldde me in dat ze me gaandeweg tot vrouw zou boetseren.” Wanneer ze voortijdig sterft, spreekt een “bezeten” Amandine met haar stem. Het is een kleine stap naar de seances waarin ze, geholpen door Ambrose, het hiernamaals bevraagt. De deur gaat open naar talloze historische figuren die hun sporen in het spiritisme hebben verdiend. Zo haalt Olyslaegers Georges Le Clément de Saint Marcq uit de nevelen, een man die de “ware toedracht van de eucharistie” blootlegde met de stelling dat Jezus brood noch wijn, maar wel zijn sperma met de apostelen deelde.
Terwijl Ambrose zich als bohemien steeds beter thuis voelt in dat rariteitenkabinet, sluit het net zich rond Amandine. Voor haar wordt een passende man gezocht en gevonden. De ouders (gekocht huwelijk: vader streng en vrijmetselaar, moeder zenuwziek en katholiek) behouden zich immers het recht voor om de levens van hun kroost uit te stippelen: Ambrose moet mee in de zaak, Amandine moet luisteren naar haar echtgenoot. Aan de beknelling van het gezin valt zelden of nooit te ontsnappen, het is een oerklassiek thema.
De echtgenoot van Amandine, Robert, gedraagt zich als een verlichte geest zolang de vrouw haar plaats kent, anders vreest hij de chaos. “Wat ik in dat huwelijk niet verteerd kreeg, waren niet de ruzies, maar de momenten waarop ik wist dat het beter was te zwijgen”, zegt Amandine. Robert bepaalt immers alles, en heeft het zelfs niet in de gaten als hij zijn zoontje aan het huilen brengt in het 'Congolees dorp' op de Wereldtentoonstelling in Antwerpen (1894). Niet alleen is zijn wil wet, voor hem gelden ook andere regels. Zo heeft hij “recht” op een druiper, terwijl Amandine een “zwakzinnige vrouw” is als ze zich laat verleiden door een journalist.
Die journalist ontmoet ze, hoe eigentijds, op de trein. De gehuwde man biedt zich aan “als een stuk aangesneden zalm op een zilveren schaal”. Het is een van de vele trefzekere en beeldrijke beschrijvingen in dit boek. Olyslaegers hanteert hier opnieuw de zintuiglijke, overvloedige taal waar hij om bekendstaat. Even sterk weet de auteur van register te schakelen: nauwgezet legt hij het bourgondische, maar verstikkende karakter van de bankiersfamilie Letiège bloot. Tijdens een kerstdiner vloekt de overdadige maaltijd met de kilte aan tafel. Wie in het gezin dreigt af te wijken van de uitgestippelde lijn, wordt emotioneel gekastijd. Esoterie biedt dan een aantrekkelijke - maar vluchtige - ontsnappingsroute.
Triomfantelijk hijgen
In het Antwerpen van de belle époque wordt intussen druk gebouwd, met het station als eigentijdse kathedraal. De strijd om het algemeen stemrecht verstoort de sociale vrede. Amandine voorvoelt het dreigende onheil van de wereldoorlog. “Was deze stad niet helemaal gek geworden? Zat er onder dat triomfantelijk hijgen geen zucht naar waanzin die alles met de grond wilde gelijkmaken?”
Er wordt ook geld verdiend, zeker in Congo-Vrijstaat, waar plantages voldoende rubber moeten produceren. Olyslaegers voert ietwat verloren zelfs de historische sterreporter Henry Morton Stanley op. De journalist vergelijkt zijn vakgenoten met “kabouters die liggen te slapen rond de glazen kist van de waarheid”. Toch leest Amandine uitgerekend in zijn krant de eerste berichten over de wreedheden tegenover de zwarte inwoners van een streek waar het bedrijf van haar man de rubberconcessie uitbaat. Op weergaloze wijze stelt ze de hypocrisie van de zogeheten 'beschavingsbrengers' aan de kaak.
Olyslaegers heeft duidelijk zijn aanpak gevonden en verkent opnieuw met veel gevoel voor drama een universeel thema. De wonderen haalt echter niet het niveau van zijn Grote Roman Wil , een fenomenaal en tijdloos boek dat scherpstelt op schuldig verzuim en lafheid.
De avontuurlijke Amandine is een levendige tegenpool van die wat suffe Wilfried uit Wil, maar gaandeweg ervaart ze hoe machteloosheid overgaat in medeplichtigheid. Uiteindelijk komt het zelfs tot verraad, om te voorkomen dat alles wat haar dierbaar is haar onherroepelijk wordt afgenomen. Ze berust: “Mijn waan om vrij te zijn en daar een prijs voor te betalen, had me simpelweg kwetsbaar gemaakt.” Toch gaat ze niet ten onder. Want ondanks een geketend leven, overheerst een gedachte in haar hoofd: “Vrijheid blijft spoken, mijn vrijheid heeft alles overleefd.”